Recensie Nieuwsblad voor Noordoost-Friesland

Seunnenga live in boekhandel v.d. Velde, Dokkum

Muzikaal-literair onderonsje met Jankobus Seunnenga

Aan romans en dichtbundels van grote schrijvers als Simon Vestdijk, Theun de Vries en Louis Couperus, is bij boekhandel Van der Velde in Dokkum geen gebrek.

Daarom was deze locatie zondagmiddag een uitgelezen plek voor het optreden van troubadour Jankobus Seunnenga, die gedichten van bovengenoemde schrijvers op muziek heeft gezet.

Seunnenga zong zijn repertoire voor iedereen, die de winkel in- en uitliep, maar vooral voor een zeer geïnteresseerd gezelschap bij hem aan tafel.

Dat gezelschap bleef naar aanleiding van gezongen en nog te zingen teksten voortdurend met hem in gesprek en genoot zowel van Seunnenga’s zangnummers als van zijn toelichtingen daarop.

De troubadour begon met een aantal fabels van Simon Vestdijk, in 1938 gepubliceerd in de bundel ‘Fabels met kleurkrijt’, die hij samen met Vestdijks zoon Dick op muziek heeft gezet en die op zijn meest recente cd staan.

Van Vestdijk ging het naar Herman Gorter(‘De bomen waren stil’), naar Pieter Jelles Troelstra(‘Het zilveren meer’) en naar de prachtige poëzie van Theun de Vries, Louis Couperus, Willem van Iependaal, Lévi Weemoedt, Jan Jacob Slauerhoff en Mikis Theodorakis(‘De klokken van de hel’).

Seunnenga zong de teksten goed verstaanbaar en telkens zodanig bescheiden, dat zijn stem ‘slechts’ als vervoermiddel ervan dienst deed.

Melodie, tekst en begeleiding waren steeds een mooi geheel en het vakkundige gitaarspel van de muzikant maakte de zaak op smaak af.

Behalve teksten van anderen, kwamen ook creaties van Seunnenga zelf voorbij. Voorbeelden daarvan zijn ‘De witte wieven’ en ‘De verstrooide infiltrant’ van de cd ‘Jantje huilt, Jantje lacht’.

Ze kregen een vertolking in het Liwwadders en met toepasselijke vocale bijgeluiden.

Een bijzonder komisch nummer was ‘Malligheid zonder bodem’, waarin een enorme reeks woorden a capella, op drie slotakkoorden na, op het publiek werd afgevuurd.

Heel grappig was eveneens het nummer ‘Korfbal’, dat een behoorlijk lang lied bleek te zijn, hoewel er van genoemde sport volgens de tekst nauwelijks een lied te maken valt.

Eenzelfde soort humor kenmerkte het lied ‘Ik schep netjes’, waarin vooral de gekke woordaccenten binnen de driekwartsmaat hun op de lachspieren wekkende werk deden.

De driekwartsmaat kwam zowel snel als langzaam aan de orde bij alles wat de zanger te berde bracht.

In welke maat hij echter ook speelde, hij hield in alle opzichten maat en zocht het zeker niet in de overdrijving.

Dat maakte zijn optreden tussen de boeken tot een fijn muzikaal-literair onderonsje.

RENNIE VEENSTRA